Column Kom op trein, je kan het!

“De trein waarin u zich bevindt kan helaas niet verder rijden. Er zijn problemen met de bovenleiding. Houd u er rekening mee dat uw reis ernstige vertraging oploopt. Met excuses voor het ongemak”.

Daar zit je dan. Het is volle bak in de trein. Het septemberzonnetje maakt loom. Je wilt naar huis. Maar dat zit er voorlopig niet in. Problemen met de bovenleiding heb je niet zomaar opgelost, dat weet iedere conducteur… en elke dominee. Verloren tijd, dat wachten, denk je in eerste instantie. Toch had ik het voor geen goud willen missen. En dat kwam door mijn onvergetelijke gezelschap: een vrolijke vader met zijn twee kinderen, terug van een dagje Blijdorp. De vader zuchtte even en keek op zijn horloge.
“Wat een pech he dat het wat langer gaat duren” zei ik, waarop het meisje zei “De trein heeft pech, maar de dag was leuk”. Een-nul voor haar.

“En” vulde haar broertje aan, “als je te laat bent en je kan er niks aan doen, dan mag je meestal naar de Mac Donald. Zullen we dat vanavond ook doen, pap? Okee? Okee!”. Twee-nul.

“Tja, zo heeft elk nadeel zijn voordeel” zei ik tegen de man. “Dat heeft die mevrouw niet zelf verzonnen hoor jongens, dat komt van Johan Cruijff. Je weet wel, die voetballer. Oma was een fan van hem”. De link met oma was gelegd. De kinderen zouden de volgende dag bij oma gaan logeren, vertelden ze. Ook met de trein, maar dan zou die vast wel gerepareerd zijn, zei de jongen. Drie-nul.

“Oma heeft zere benen” zei het meisje, “heel erg. Dat is niet leuk maar oma zegt altijd dat je dan aan leuke dingen moet denken, als iets zeer doet”. “Nou, dan heeft je oma zeker een toverdoos” zei onverwacht een oudere heer die zichtbaar wat moeilijk liep. Enigszins verontwaardigd zei het meisje “Dat helpt echt hoor. Oma kan het”. Vier-nul.

De vertraging begon grotere vormen aan te nemen, maar de ergernis en de verveling kregen geen vat op de kinderen. Ze bedachten spelletjes en scheurden grappige figuurtjes van de krant. Ze hielden de moed er in, met het plezier van vandaag en de vooruitzichten van morgen. Vijf-nul.

De bovenleiding is nog niet hersteld. Er is helaas geen gelegenheid voor deze trein om het station binnen te rijden. We wachten tot er ruimte is op een van de sporen. Nog enige ogenblikken geduld alstublieft”.

Toen haalde het meisje naast mij diep adem en riep zo hard ze kon: “Kom op trein, je kan het!”

Wat een onbevangen geloof. Wat een ontwapenende zorgeloosheid. Wat een relativerende levenskunst. Zes-nul.

Toeval of niet, de trein zette zich in beweging. “Zie je wel, pap, ik wist het. Hij kan het…” mompelde het meisje. Zeven-nul.

Positief kijken, niet hangen in tegenslag. Op zoek gaan naar de mogelijkheden. Aan sombere of negatieve gedachten het hoofd bieden. Dat is een kunst. Soms moet iemand je een spiegel voorhouden, met een GOED VERHAAL. Dit is er zo eentje…..