Van de scriba van de generale synode

In deze ‘feestloze’ periode van het kerkelijk jaar misstaat een meditatie over de schepping niet. Wie weet is deze ook passend als opmaat voor de vakantie. De ouden hielden het erop dat de wereld is opgebouwd uit vier elementen: lucht, water, aarde en vuur. Daar is een mooi uitgangspunt. 

Lucht, dat is de wind. Je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heengaat, maar je hoort zijn geluid. Je hoort het lispelen van bladeren in de avondwind, het suizen van een zachte stilte en de storm die loeit om het huis. De wind speelt met de was aan de lijn, met de vlieger in de lucht en met de haren op je hoofd. De eenzame fietser meet zijn kracht met de tegenwind en de zeiler paart zeil aan wind tot de haven is gevonden. Een leven zonder wind is indoor. We moeten naar buiten. Buiten waait de wind, de wind van de Geest. 

Water is een groot geheimenis. Een groot schrijver omcirkelde het zo: ‘water, je hebt geen smaak, geen klank en geen geur, men kan je niet beschrijven, men geniet alleen van je, zonder je te kennen. Je bent niet iets dat nodig is voor het leven, je bent het leven zelf. (...) Men kan sterven aan de rand van een meer van zout water. Je duldt geen vermenging, je verdraagt geen wijziging, je bent een jaloerse godheid. Maar je verspreidt in ons een oneindig, eenvoudig geluk’. Laten we drinken van het water, het levende water, om niet. 

Aarde is de grond onder de voeten. Zij is moeder die voedt en troost en draagt. Zij toont zich duizend-voud. In gebarsten grond, hoge landen, bergen als een muur en eindeloze vlakte; als baarmoeder van bossen en zoom van de zee die zo hemeldiep is. Kus de grond, ga op je rug in het gras liggen, volg de wolken in het blauw en laat de vrede Gods in je dalen. 

Vuur is volgens een mythe ooit gestolen van de hemel. Getemd in de haard staren we naar het grillige spel van de vlammen en verstillen we bij de rode gloed van de sintels. Vuur is zon en licht, vuur geeft warmte in de koude nacht. Maar vuur is gevaarlijk. De vlam uit de hoogovens, de rook van de uitlaat, het vuur als een uitslaande brand. Zullen de elementen ‘brandend vergaan’? Verstoken we de planeet? Moge God ons bewaren voor het onheilig vuur dat brandt in onze aderen. 

Met Franciscus zeg ik: Geloofd zij God, om broeder wind, om zuster water, om broeder vuur en moeder aarde. Wij willen nederig en klein, de dienaars van uw grootheid zijn, Halleluja. 

Arjan Plaisier, scriba van de generale synode PKN