Troostradio 'Meneer Maar' 22 mei 2020

Deze bijdrage verzorgd is ingesproken door da. Ria Keijzer-Meeuwse, pastor in de protestantse Gemeente Bolnes.

U kunt hier het fragment beluisteren: 

 https://www.rtvridderkerk.nl/radiotv/troostradio-meneer-maar/

 Meneer Maar

Ik kwam hem tegen in een boekje: “meneer Maar”. De schrijver heeft een hartgrondige hekel aan hem.

“Meneer Maar” is een beeldnaam. Hij laat als een tegenkracht van zich horen als jij in de optimistische dynamische of gepassioneerde stand staat. Je bent door iets positiefs geraakt. Je gelooft in verbeteringen of in samenwerking. Je spreekt waardering uit. Je zet je met hart en ziel in voor iets wat merkbaar vrucht draagt. Je steekt je nek uit voor mensen die niet zo meetellen. Je gelooft in een prachtig project. Je wilt je talent van harte inzetten en inspireert daarin anderen. Maar dan komt hij tevoorschijn, die verlammende meneer Maar.

Iemand zegt: “Wat fantastisch dat de mensen van Bolnes in deze Coronatijd zo geweldig omzien naar elkaar”. Waarop meneer Maar zegt: “”let op mijn woorden, dat is straks weer over” of “dat hoort toch gewoon zo” of “ze zijn heus niet zo bijzonder hoor. In Lutjebroek, waar ik vandaan kom, doen ze dat net zo, misschien nog wel beter”

Iemand zegt: “Mooi dat de kerken samenwerken en present willen zijn in de buurt”. Waarop meneer Maar zegt: “Ja, maar niet iederéén houdt daar van” of “de kerk kan beter een toontje lager zingen na al die misbruikschandalen en kerkelijke scheuringen“ of “waarom moet jij alles veranderen?”

Iemand zegt: “Ik ben onder de indruk van die internationale hulpactie”. Waarop meneer Maar zegt: “veel geld blijft aan de strijkstok hangen” of “laten we eerst als land onze eigen kas maar eens spekken” of “denk je nou echt dat zo’n actie iets uithaalt?”

Meneer Maar kun je ervaren als een dempende kracht. Een type ‘slag om de arm’. In de meest negatieve gedaante is hij zelfgenoegzaam, kritisch, eigenwijs, niet al te empathisch en graag bezig met het neerhalen van stoelpoten en dromen. Soms is hij ook nodig en valt er op de allergie voor hem wat af te dingen: dromen vragen om realisme, grote gedurfde uitspraken om genuanceerdheid, impulsieve plannen om haalbaarheid. Toch lijkt een waarschuwing voor die remmende “meneer Maar” mij terecht.

 De tijd tussen Pasen en Pinksteren is, vind ik, heel geschikt voor onderzoek naar meneer Maar. Pasen vertelt dat met het offer en de opstanding van Jezus de dood een tegenstem heeft gekregen. Het leven wint. Pinksteren daagt ons uit om vanuit dat positieve beginsel te leven, geïnspireerd door God. Een goed leven, prettige verhoudingen en een liefdevolle samenleving beginnen bij onszelf. Gandhi zei het treffend: “je bent zelf de verandering die je voor de wereld wenst”

Psychologisch is er veel te zeggen over remmende en stuwende krachten. Ik denk dat het belangrijk is te achterhalen waarom die meneer Maar in ons actief is als we met gepassioneerde dynamiek van anderen te maken hebben. Waar komen dan gereserveerdheid of tegenwerpingen vandaan? Gaat het om smaak? Om karakter? Om  angst voor veranderingen of verlies? Om jaloezie misschien? Om verlangen naar erkenning? Om oude pijn die naar boven komt? Om sympathie of weerzin, die je luisteren bepalen? Hoe dan ook: meneer Maar zit in ons allemaal en hij verdient een make-over. Volg daarom eens kritisch je eigen ge-ja-maar. Gouden regel: Geef de ander de ruimte die je zelf ook zo waarderen kan of nodig hebt.

Pinksteren is bij uitstek het feest van ruimte en creativiteit. Van energieke plannen en mooie acties. Door ze te zien als vormen van Geestkracht verandert je blik. Door onbevangenheid geeft je God de kans om via mensen te komen tot goede verhoudingen, een levendige kerk en een mooiere wereld.

Ik wens jullie allen een vrolijke Pinksterweek toe.